Anders dan je ouders

Jongeren zitten een groot deel van hun tijd thuis – zelfs als er geen sprake is van thuisonderwijs. Thuis is iets waar ze zich tegen af gaan zetten in de ontwikkeling van hun eigen identiteit. Op een van de kletskaartjes stel ik de vraag: “Wat zou jij nu anders doen als je je eigen ouder of verzorger was?”

Identiteit

Er wordt in deze vraag niet alleen gevraagd hoe je het niet zou doen, maar juist ook hoe je het wel zou doen. Zo wordt geen passieve klaaghouding verwacht, maar een actieve, autonome houding. En autonoom zijn, dat is iets waar elk mens, maar toch zeker een tiener die zo bezig is met het ontwikkelen van zijn of haar identiteit kracht uit put.

Angst

Een docent en mentor die de vraag las wist niet goed wat ze ermee aan moest. Voor de individuele gesprekken aan de telefoon met leerlingen die thuis zaten zette ze hem maar niet in. Ze was domweg bang voor de reactie van ouders die mee zouden luisteren of die er gelijk na het gesprek over zouden horen. Veel ouders zaten zo in de stress dat hun lontjes wat korter waren, ook richting de school.

Open gaan

Maar toen de zorgleerlingen op school kwamen lag de vraag tussen de andere vragen op tafel. Een van de leerlingen las het kaartje voor en een ander greep de kans om zijn verhaal te vertellen. Hij vertelde over zijn slechte jeugd, over problemen met zijn ouders en zijn zusje. En hij nodigde anderen daarmee uit om ook hun verhalen te vertellen. Zelfs de stille leerlingen openden zich en deden actief mee. Er ontstond als vanzelf een gesprek tussen jongeren die elkaar wilden helpen om iets moois te maken van hun leven. Geheel in de geest van Over Doelen en Dromen dus.